
20 augustus 2026
Oogstbericht: augustus 2026
Update week 34/2026
Weersomstandigheden tijdens de groei
De wintertarwe, gezaaid in najaar 2025, kon zich tijdens de herfst- en wintermaanden goed ontwikkelen. Grote of wijdverspreide winterschades werden niet gemeld. Ook bij de start van het voorjaar was de gewasstand in veel regio’s nog goed en bleef het opbrengstpotentieel aanvankelijk behouden.
Vanaf maart en vooral tijdens april waren de groeiomstandigheden in grote delen van Frankrijk, Duitsland en de omliggende regio’s over het algemeen gemiddeld. Hoewel er zonnige en drogere periodes voorkwamen, was het voorjaar als geheel niet uitzonderlijk droog of zonnig. De wintertarwe kon bovendien profiteren van de tijdens de winter opgebouwde vochtreserves, waardoor de gewasontwikkeling in deze fase doorgaans zonder grote problemen verliep.
De relatief hoge voorjaarstemperaturen zorgden wel voor een snelle gewasontwikkeling. De stengelstrekking en aarvorming vonden vroeger plaats dan gemiddeld en in verschillende regio’s liep de ontwikkeling ongeveer één tot anderhalve week voor op een normaal seizoen. Vanaf de tweede helft van mei kwamen daar lokaal zeer hoge temperaturen bij, waardoor de ontwikkeling verder versnelde en de verdamping sterk toenam. In België en Noord-Frankrijk viel de hittegolf bovendien samen met de bloeiperiode. Hierdoor trad lokaal verbranding van de bloemen op, waardoor minder korrels per aar werden gevormd. Dit had een negatieve impact op de opbrengst in deze regio’s. Tegelijkertijd zorgden de overwegend zonnige periodes ervoor dat de druk van schimmelziekten en mycotoxinen relatief laag bleef.
De situatie verschilde echter sterk per regio, grondsoort en hoeveelheid lokale neerslag. Plaatselijke regenbuien zorgden tijdelijk voor verlichting en kwamen op sommige plaatsen nog op tijd om de korrelzetting en korrelvulling te ondersteunen (voornamelijk regio’s in Duitsland). Op drogere percelen met een beperkte waterreserve bleef de gewasontwikkeling duidelijk meer onder druk staan. Vooral de combinatie van droogte en hoge temperaturen tijdens de laatste ontwikkelingsfasen zorgde voor een verkorting van de korrelvullingsperiode.
Oogstprognose
Ondanks de droge omstandigheden bleef de gewasstand tot eind mei en begin juni in veel gebieden relatief goed. Daardoor bleven de eerste opbrengstverwachtingen aanvankelijk positief. Naarmate de temperaturen verder opliepen en de droogte tijdens de korrelvulling aanhield, werden de prognoses echter geleidelijk naar beneden bijgesteld.
Door de uitzonderlijk snelle ontwikkeling kwam ook de afrijping vroeger op gang. In verschillende Franse en Duitse regio’s startte de graanoogst ongeveer één tot twee weken vroeger dan gebruikelijk. Dankzij het overwegend droge weer kon de oogst op veel plaatsen vlot verlopen, waardoor het risico op langdurige oogstonderbrekingen, schot en sterk dalende valgetallen beperkt bleef. Echter heeft de combinatie van hitte en onvoldoende beschikbaar bodemvocht geleidt tot een verkorte korrelvullingsperiode. Dit resulteert in een lager duizendkorrelgewicht en de aanwezigheid van veel kleine korrels die tijdens de reiniging op de zeef blijven liggen.
Daar staat tegenover dat droge en zonnige omstandigheden tijdens de afrijping doorgaans gunstig zijn voor de kwaliteit van het graan en het behoud van de valgetallen. Ook kunnen op verschillende plaatsen goede eiwitgehalten worden verwacht. De uiteindelijke kwaliteit zal evenwel sterk verschillen tussen regio’s en percelen, waarbij vooral bodemtype, beschikbare vochtreserve en het moment waarop neerslag viel tijdens de korrelvulling een belangrijke rol hebben gespeeld.
Kwaliteit tarweoogst 2026
Ten opzichte van oogst 2025 zien we op vlak van de tarwekwaliteit momenteel volgende trends:
vochtgehalte ligt gemiddeld lager dan vorig jaar, regionale verschillen zijn wel zichtbaar
eiwitgehalte is volgens verwachting
hectolitergewichten liggen wat hoger, maar verschillen naargelang de regio
valgetallen liggen gemiddeld iets hoger dan vorig jaar, al zien we ook hier regionale verschillen
Onderstaande tabel geeft de huidige trend van de tarwekwaliteit weer ten opzichte van de vorige oogst.

Het gaat hierbij om een gemiddelde trend op basis van de tarwepartijen die we tot op heden hebben ontvangen. Het aantal partijen is momenteel nog relatief beperkt. Naarmate er meer tarwe van de nieuwe oogst wordt aangevoerd en verwerkt, zal het beeld verder verfijnd worden.
Door de momenteel uitzonderlijk lage waterstanden van verschillende rivieren zoals de Rijn, Donau, Main en Moezel blijft het kwaliteitsbeeld van een aantal belangrijke herkomstgebieden voorlopig onvolledig. De uiteindelijke beoordeling van de oogstkwaliteit in deze regio’s zal daarom pas mogelijk zijn zodra grotere volumes beschikbaar komen.
Mede door de lage waterstanden verloopt de inbouw van nieuwe oogst trager dan gepland (zie bijgevoegde oogstcurve).
Voorlopig stellen we in de bakkerij geen grote wijzigingen vast op het vlak van waterabsorptie of kneding. Rekening houdend met de warme temperaturen van de afgelopen weken, blijven de gebruikelijke aandachtspunten rond deegtemperatuur en procesbeheersing belangrijk.

Kwaliteit roggeoogst 2026
Vanaf week 38 verwachten we de eerste partijen nieuwe oogst rogge.
Op basis van de ontvangsten nieuwe oogst bij onze Duitse zusterorganisatie zijn volgende veranderingen waarneembaar in vergelijking met de oogst van 2025:
goed ontwikkelde roggekorrels
valgetallen liggen gemiddeld hoger
Onderstaande tabel geeft de huidige trend van de roggekwaliteit weer ten opzichte van de vorige oogst.

Van zodra er meer nieuwe-oogst (tarwe en rogge) ontvangen en verwerkt is, volgt een update met bijkomende informatie over de bakeigenschappen.