In 1875 kwamen de heren Timmermans en De Volder, meelfabrikanten te Tielt, naar Deinze om er een met stoom aangedreven meel- en deegwarenfabriek op te richten.
De reden van deze verplaatsing was de massale invoer van tarwe uit overzeese landen, Rusland en de Verenigde Staten, die de toenmalige tarwe- en roggeteelt in België achteruit drong, en door zijn aantrekkelijke prijs het verbruik van tarwebrood in plaats van roggebrood aanwakkerde.
De vennoten stonden in nauw familieverband, maar in 1883 scheidden ze, en de maalderij te Deinze werd de firma gebroeders Timmermans terwijl de De Volders in Petegem een andere maalderij gingen stichten onder de naam “Volders Molens” of N.V. Les Moulins de Flandres of ook dikwijls Molen van Petegem genoemd.
Op 30 december 1890 werd de fabriek te Deinze bijna volkomen door brand vernield. Moedig bouwden de eigenaars een nieuwe fabriek die enkel de fabricage van bloem behield en de deegwaren overliet aan een andere firma, te Brussel gevestigd.
Maar de scheiding van het maatschappelijk bezit, gevolgd door de brandramp, wogen zwaar op de eigenaars en op 11/8/1892 werd de firma in een naamloze vennootschap, onder de naam “LES MOULINS DE DEYNZE - DE MOLENS VAN DEINZE” omgevormd.
De families van de stichters bleven in de Beheerraad vertegenwoordigd.
In 1923 werd de maalderij geëlectrificeerd.
In 1924 werd het oorspronkelijk kapitaal van 1.000.000 goudfranken, met 2.200.000 fr. verhoogd, en werden “Les Moulins de Flandres” erfgename van de scheiding, van De Volder opgekocht.
In 1931-32 werden nieuwe silo’s bijgebouwd.
In 1947-48 werd de Molen in Petegem, waarvan de productie in 1936 naar Deinze overgebracht was, als veevoederfabriek ingericht.
In 1936 en in 1950 werd het kapitaal verhoogd door inlijving van reserves, deels omwille van de bestendige verzwakking van de muntwaarde.
In 1950 tot 1953 werden de graansilo’s nogmaals vergroot en werden nieuwe bloemmagazijnen met automatische zaksilo’s opgetrokken.
In 1959 kwam het, na het opkopen van al de aandelen van de Molens van Overrijssche en van de Molens van Kortrijk, tot een fusie met de S.A. “MEUNERIE DE VOGHEL” door inwisseling van aandelen. De productie van bloem werd geconcentreerd in twee fabrieken. Deinze en Brussel.
In 1960, werd het kapitaal nogmaals verhoogd om de geldmiddelen in evenredigheid met de verhoogde bedrijvigheid te houden.
Einde 1967 kwam het opnieuw tot een fusie door inwisseling van aandelen met de N.V. MOLENS VAN DER STUCKEN uit Antwerpen, en het kapitaal werd opnieuw verhoogd.
Op dat ogenblik stelt het bedrijf 324 personen tewerk, verdeeld over drie molens - Deinze, Brussel en Antwerpen- die een tarwemeelproductie van 555 ton per dag haalt, en een veevoederfabriek in Petegem met een capaciteit van 150 ton per dag.
In april 1973 werd N.V. Deinzeco gesticht, voor de productie van gluten, zetmeel en glucose, uitgaande van tarwebloem. Volgens een marktstudie zouden de Molens van Deinze hierdoor ongeveer 24.000 ton/jaar bloem moeten malen. De productie zou rond september 1974 moeten gestart zijn. Hiervoor zijn eveneens nieuwe gebouwen opgetrokken naast de bloemsilo’s. Door een bepaalde marktevolutie kon het bedrijf nooit opstarten met een overname van de Molens van Deinze en Antwerpen tot gevolg.
In 1975 wordt het bedrijf overgenomen door de eveneens te Deinze gevestigde N.V. DOSSCHE, marktleider op het vlak van mengvoeders. Begin 1977 neemt de N.V. De Antwerpse Bloemmolens (opgericht in 1886) over en, na de sluiting van de Molens VAN DER STUCKEN, verandert zij haar naam in MOLENS VAN ANTWERPEN.
In 1986 wordt het bedrijf Molens RIJPENS-RUISBROEK overgenomen, maar de fabriek wordt gesloten en de productie overgebracht. De benaming van de N.V. wordt NV. MOLENS VAN DEINZE EN ANTWERPEN.
In 1992 wordt het bedrijf Les Moulins de Saint-Maurice (streek van Verdun) in de groep opgenomen. Onder leiding van de familie DOSSCHE heeft het bedrijf MOLENS VAN DEINZE EN ANTWERPEN momenteel een productiecapaciteit van 1700 ton per dag en stelt het ca. 350 personen tewerk.
In 1995 sloten Les Moulins de Saint-Maurice een handelsakkoord met Les Moulins de Pontarmé voor de commercialisering van de producten. Dankzij deze toenadering kan de groep haar leveringsgebied uitbreiden naar de regio île de France.
In 1998 nam de heer Jacques Dossche de algemene leiding van de groep DOSSCHE over als afgevaardigd bestuurder.
In december 1999 veranderde de handelsbenaming N.V. Molens van Deinze en Antwerpen naar N.V. DOSSCHE MILLS & BAKERY, als gevolg van een fusie met N.V. Vema te Wilrijk, een zusterbedrijf dat gespecialiseerd is in het toeleveren van bakkerijgrondstoffen.
In 2002 werd de Franse divisie Saint-Maurice en Pontarmé verkocht.
In 2004 nam de heer Kristof Dossche de algemene leiding over.
In 2004 werd de nieuwe divisie Flinn opgestart voor de productie van hoogwaardige hitte-behandelde bloemsoorten.
Eind 2005 werden de bloemmolens van Diksmuide overgenomen met een maalcapaciteit van 25.000 ton tarwe per jaar.
Begin 2008 werden de bloemmolens Hanekop - Vanhollebeke overgenomen met een maalcapaciteit van 50.000 ton tarwe per jaar.
Vandaag is Dossche Mills een aanbieder van een compleet gamma van bakkerijgrondstoffen en ingredienten die toelaat aan alle wensen van de klant te voldoen.